1Wat is dit vak?
Tik een Nederlands woord aan en daarna de juiste vertaling.
Het is maandag. Lotte vertelt wat ze vandaag op school heeft.
Gratis interactieve oefeningen voor kinderen van 6–17 jaar. Thema's uit het echte leven — school, sport, vrienden en dagelijkse routines.
| rekenen | maths |
| lezen | reading |
| gym | PE |
| tekenen | drawing |
| aardrijkskunde | geography |
| de leraar / de juf | teacher (m/f) |
| het schrift | notebook |
| de pen / het potlood | pen / pencil |
| de rugzak | backpack |
| het bord | blackboard |
Tik een Nederlands woord aan en daarna de juiste vertaling.
Het is maandag. Lotte vertelt wat ze vandaag op school heeft.
Vul het goede woord in.
De juf geeft uitleg in de klas. Kun jij haar zinnen afmaken?
Welk woord past in de zin?
Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!
| Onderwerp eerst: | Ik → fiets → elke dag → naar school. |
| Tijd eerst: | Elke dag → fiets → ik → naar school. |
✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp ná het werkwoord
| voetballen | to play football |
| zwemmen | to swim |
| fietsen | to cycle |
| turnen | to do gymnastics |
| basketballen | to play basketball |
| spelen | to play |
| afspreken | to make a date |
| de vriend / vriendin | friend (m/f) |
| leuk vinden | to like |
| samen | together |
Tik een sport aan en daarna de juiste vertaling.
Lotte en haar vrienden sporten na school. Wat doen ze?
Vul het goede woord in.
Noah vraagt zijn vriend Finn of hij na school wil spelen.
Welk woord past in de zin?
Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!
| Onderwerp eerst: | Ik → fiets → elke dag → naar school. |
| Tijd eerst: | Elke dag → fiets → ik → naar school. |
✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp ná het werkwoord
Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.
| opstaan | to get up |
| wassen | to wash |
| aankleden | to get dressed |
| ontbijten | to have breakfast |
| tandenpoetsen | to brush teeth |
| lunchen | to have lunch |
| huiswerk maken | to do homework |
| eten | to eat / to have dinner |
| douchen | to shower |
| slapen | to sleep |
Tik een woord aan en daarna de juiste vertaling.
Nina vertelt wat ze elke ochtend doet voor ze naar school gaat.
Vul het goede werkwoord in.
Nina beschrijft haar ochtend. Help haar de zinnen afmaken.
Welk woord past in de zin?
Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!
| Onderwerp eerst: | Ik → fiets → elke dag → naar school. |
| Tijd eerst: | Elke dag → fiets → ik → naar school. |
✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp ná het werkwoord
Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.
| fietsen | to cycle |
| het stuur | handlebars |
| de fietsband | tyre |
| het zadel | saddle |
| de fietshelm | cycling helmet |
| buiten spelen | to play outside |
| het regent | it's raining |
| de zon schijnt | the sun is shining |
| het park | the park |
| de straat | the street |
Tik een woord aan en daarna de juiste vertaling.
Tom gaat elke dag op de fiets naar school. Ken jij de fietsonderdelen?
Vul het goede woord in.
Tom beschrijft zijn rit naar school. Kun jij de zinnen afmaken?
Welk woord past in de zin?
Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!
| Onderwerp eerst: | Ik → fiets → elke dag → naar school. |
| Tijd eerst: | Elke dag → fiets → ik → naar school. |
✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp ná het werkwoord
"Tim is een heel goede docent — interactief en professioneel. Mijn zoon gaat er met plezier naartoe en maakt snel vorderingen."
Vanessa, moeder van een leerling