🧒 Dutch Together Kids · Gratis oefeningen

Nederlands oefenen — voor kinderen

Gratis interactieve oefeningen voor kinderen van 6–17 jaar. Thema's uit het echte leven — school, sport, vrienden en dagelijkse routines.

🎮 4 modules 🗣️ Uitleg in NL · EN · ES ✅ Geen account nodig
Module 1

Op school

vakken · de klas · schoolspullen · met de leraar praten
Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.
0 / 4 oefeningen gedaan

Schoolvakken

rekenenmaths
lezenreading
gymPE
tekenendrawing
aardrijkskundegeography

In de klas

de leraar / de jufteacher (m/f)
het schriftnotebook
de pen / het potloodpen / pencil
de rugzakbackpack
het bordblackboard
Goed gedaan! Je kent de schoolwoorden!
Oefening 1 — Matchen Schoolvakken

1Wat is dit vak?

Tik een Nederlands woord aan en daarna de juiste vertaling.

Het is maandag. Lotte vertelt wat ze vandaag op school heeft.

👆 Klik een woord links → dan de vertaling rechts. Bij een match worden ze groen ✓
Nederlands
Betekenis
Oefening 2 — Invullen In de klas

2Wat zegt de juf?

Vul het goede woord in.

De juf geeft uitleg in de klas. Kun jij haar zinnen afmaken?

✏️ Typ het ontbrekende woord in het vakje → klik Nakijken
Kies uit deze woorden: gymjufschriftbordpen
Oefening 3 — Meerkeuze Op school

3Kies het goede antwoord

Welk woord past in de zin?

👆 Klik het juiste antwoord → klik Nakijken
Oefening 4 — Zinnen bouwen Schoolzinnen

4Maak de zin

Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!

🔤 Klik woorden → goede volgorde → Nakijken
💡 Woordvolgorde in het Nederlands
Onderwerp eerst: Ik → fiets → elke dag → naar school.
Tijd eerst: Elke dag → fiets → ik → naar school.

✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp het werkwoord

Module 2

Sport & vrienden

sporten · met vrienden afspreken · wat vind je leuk?
Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.
0 / 4 oefeningen gedaan

Sporten

voetballento play football
zwemmento swim
fietsento cycle
turnento do gymnastics
basketballento play basketball

Met vrienden

spelento play
afsprekento make a date
de vriend / vriendinfriend (m/f)
leuk vindento like
samentogether
Goed gedaan! Je kent de sport- en vriendjeswoorden!
Oefening 1 — Matchen Sporten

1Welke sport is dit?

Tik een sport aan en daarna de juiste vertaling.

Lotte en haar vrienden sporten na school. Wat doen ze?

👆 Klik een woord links → dan de vertaling rechts. Bij een match worden ze groen ✓
Nederlands
Betekenis
Oefening 2 — Invullen Afspreken

2Na school afspreken

Vul het goede woord in.

Noah vraagt zijn vriend Finn of hij na school wil spelen.

✏️ Typ het ontbrekende woord in het vakje → klik Nakijken
Kies uit deze woorden: spelenvriendenafsamenleuk
Oefening 3 — Meerkeuze Sport & vrienden

3Kies het goede woord

Welk woord past in de zin?

👆 Klik het juiste antwoord → klik Nakijken
Oefening 4 — Zinnen bouwen Met vrienden

4Maak de zin

Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!

🔤 Klik woorden → goede volgorde → Nakijken
💡 Woordvolgorde in het Nederlands
Onderwerp eerst: Ik → fiets → elke dag → naar school.
Tijd eerst: Elke dag → fiets → ik → naar school.

✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp het werkwoord

Module 3

Dagelijkse routine

opstaan · aankleden · wassen · ontbijten · naar bed

Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.

0 / 4 oefeningen gedaan

Ochtend

opstaanto get up
wassento wash
aankledento get dressed
ontbijtento have breakfast
tandenpoetsento brush teeth

De rest van de dag

lunchento have lunch
huiswerk makento do homework
etento eat / to have dinner
douchento shower
slapento sleep
Goed gedaan! Je kent de routinewoorden!
Oefening 1 — Matchen Ochtendwoorden

1Wat doe je 's ochtends?

Tik een woord aan en daarna de juiste vertaling.

Nina vertelt wat ze elke ochtend doet voor ze naar school gaat.

👆 Klik een woord links → dan de vertaling rechts. Bij een match worden ze groen ✓
Nederlands
Betekenis
Oefening 2 — Invullen Dagelijkse routine

2Nina's ochtend

Vul het goede werkwoord in.

Nina beschrijft haar ochtend. Help haar de zinnen afmaken.

✏️ Typ het ontbrekende woord in het vakje → klik Nakijken
Kies uit deze woorden: poetsenkleedwastontbijtensta
Oefening 3 — Meerkeuze Routine

3Kies het goede woord

Welk woord past in de zin?

👆 Klik het juiste antwoord → klik Nakijken
Oefening 4 — Zinnen bouwen Mijn dag

4Maak de zin

Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!

🔤 Klik woorden → goede volgorde → Nakijken
💡 Woordvolgorde in het Nederlands
Onderwerp eerst: Ik → fiets → elke dag → naar school.
Tijd eerst: Elke dag → fiets → ik → naar school.

✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp het werkwoord

Module 4

Buiten & fietsen

de fiets · buiten spelen · het weer · naar school gaan

Doe alle 4 oefeningen en verzamel je punten. Gebruik de woordenlijst bovenaan als je hulp nodig hebt.

0 / 4 oefeningen gedaan

De fiets

fietsento cycle
het stuurhandlebars
de fietsbandtyre
het zadelsaddle
de fietshelmcycling helmet

Buiten & het weer

buiten spelento play outside
het regentit's raining
de zon schijntthe sun is shining
het parkthe park
de straatthe street
Goed gedaan! Je kent de fiets- en buitenwoorden!
Oefening 1 — Matchen De fiets

1Fietsonderdelen

Tik een woord aan en daarna de juiste vertaling.

Tom gaat elke dag op de fiets naar school. Ken jij de fietsonderdelen?

👆 Klik een woord links → dan de vertaling rechts. Bij een match worden ze groen ✓
Nederlands
Betekenis
Oefening 2 — Invullen Naar school

2Tom gaat naar school

Vul het goede woord in.

Tom beschrijft zijn rit naar school. Kun jij de zinnen afmaken?

✏️ Typ het ontbrekende woord in het vakje → klik Nakijken
Kies uit deze woorden: fietstfietsbandregentfietshelmschijnt
Oefening 3 — Meerkeuze Buiten

3Kies het goede woord

Welk woord past in de zin?

👆 Klik het juiste antwoord → klik Nakijken
Oefening 4 — Zinnen bouwen Buiten spelen

4Maak de zin

Klik de woorden in de juiste volgorde. Let op: werkwoord altijd op positie 2!

🔤 Klik woorden → goede volgorde → Nakijken
💡 Woordvolgorde in het Nederlands
Onderwerp eerst: Ik → fiets → elke dag → naar school.
Tijd eerst: Elke dag → fiets → ik → naar school.

✅ Werkwoord staat altijd op positie 2
✅ Tijd vooraan? Dan komt het onderwerp het werkwoord

★★★★★

"Tim is een heel goede docent — interactief en professioneel. Mijn zoon gaat er met plezier naartoe en maakt snel vorderingen."

Vanessa, moeder van een leerling
← Terug naar Dutch Together Kids

Boek een gratis proefles →
Introductieprijs: €38/les — normaal €45 (50 min)