🎙️ Podcast · Medical Dutch · Niveau A2

Bij de tandarts — Deel 1

De klacht en de controle. Een echt gesprek tussen een patiënt en een tandarts — precies het soort Nederlands dat zorgpersoneel dagelijks nodig heeft. Bekijk de video, lees het transcript, leer de woorden en oefen met 8 opdrachten.

🎧 Echt Nederlands gesprek 📝 Volledig transcript 🩺 Nederlands voor zorgpersoneel ✓ 8 oefeningen + antwoorden
Oefen dit gesprek live met Tim →
Introductieprijs: €38/les — normaal €45 (50 min)
← Terug naar alle oefeningen
🎙️ Podcast — Bij de tandarts, Deel 1

De klacht en de controle

Niveau A2 · duur ±2,5–3 minuten · personages: patiënt en tandarts. Bekijk de video eerst zonder ondertiteling, en daarna nog een keer terwijl je het transcript leest.

📝 Volledig transcript

Lees mee met het gesprek

De patiënt heeft pijn aan een kies. Let op de vragen die de tandarts stelt — dit patroon hoor je in bijna elk anamnesegesprek.

Introductie

AVATARHallo en welkom bij de Dutch Together-podcast.
Vandaag gaan we naar de tandarts.
We luisteren naar een gesprek tussen een patiënt en een tandarts.
De patiënt heeft pijn aan een kies.
Let goed op de Nederlandse woorden die je hoort. Laten we beginnen!

Bij de tandarts

TANDARTSGoedemiddag. Komt u maar binnen.
PATIËNTGoedemiddag.
TANDARTSNeemt u maar plaats. Waar heeft u last van?
PATIËNTIk heb veel tandpijn. Mijn kies doet pijn.
TANDARTSSinds wanneer heeft u pijn?
PATIËNTSinds gisteren.
TANDARTSHeeft u de hele tijd pijn?
PATIËNTNee, niet de hele tijd. De pijn komt soms plotseling. En de pijn is heel scherp.
TANDARTSIs uw kies gevoelig?
PATIËNTJa, die kies is erg gevoelig.
TANDARTSHeeft u ook problemen met uw tandvlees?
PATIËNTJa. Mijn tandvlees is een beetje gezwollen.
TANDARTSKunt u nog goed kauwen?
PATIËNTNee, ik kan niet goed op deze kant kauwen. Dat doet pijn.
TANDARTSIk begrijp het. Ik ga even naar uw gebit kijken.
PATIËNTPrima.

De controle

TANDARTSDoe uw mond maar open.
PATIËNTZo?
TANDARTSJa, precies. Ik zie hier een gaatje in uw kies.
PATIËNTO, ik heb dus een gaatje?
TANDARTSJa, dat klopt.
PATIËNTIs dat de reden dat mijn kies pijn doet?
TANDARTSDat is waarschijnlijk de oorzaak van de pijn.
PATIËNTWat moet er nu gebeuren?
TANDARTSIk wil eerst een röntgenfoto maken. Dan kan ik uw kies beter controleren.
PATIËNTOké. Doet een röntgenfoto pijn?
TANDARTSNee, een röntgenfoto doet geen pijn.
PATIËNTDat is fijn.

Einde deel 1

PATIËNTIk heb dus een gaatje in mijn kies. Maar wat gaat de tandarts doen?
Dat horen we in deel 2, waarin we praten over de behandeling, de verdoving en de nazorg.
Bedankt voor het luisteren en tot de volgende podcast!
TANDARTSTot ziens!
🗂️ Belangrijke woorden

Woorden om te onthouden

Deze woorden kom je steeds tegen in gesprekken tussen tandarts en patiënt.

de kiestooth (molar)
de tandpijntoothache
het tandvleesgums
gezwollenswollen
kauwento chew
het gebitdentition / teeth
het gaatjecavity
de röntgenfotoX-ray
✏️ 8 oefeningen

Oefen met het gesprek

Niveau A2 · Nederlands voor zorgpersoneel · thema tandarts. Luister eerst goed naar de podcast voordat je begint.

Oefening 1

Luister en kies

Beluister de podcast en kies het juiste antwoord.

1. Waar heeft de patiënt pijn?

2. Sinds wanneer heeft de patiënt pijn?

3. Hoe vaak heeft de patiënt pijn?

4. Wat is er met het tandvlees van de patiënt?

5. Wat ziet de tandarts in de kies van de patiënt?

6. Wat wil de tandarts eerst maken?

7. Doet een röntgenfoto pijn, volgens de tandarts?

8. Waar gaat deel 2 van de podcast over?

Bekijk alle antwoorden
1. Aan een kies.
2. Sinds gisteren.
3. Niet de hele tijd — de pijn komt soms plotseling.
4. Het is een beetje gezwollen.
5. Een gaatje.
6. Een röntgenfoto.
7. Nee, een röntgenfoto doet geen pijn.
8. De behandeling, de verdoving en de nazorg.
Oefening 2

Waar of niet waar?

Klik op "waar" of "niet waar". Is de zin niet waar? Verbeter hem dan zelf voordat je het antwoord bekijkt.

1. De patiënt heeft sinds gisteren pijn.

Waar. De patiënt zegt: "Sinds gisteren."

2. Het tandvlees van de patiënt is gezwollen.

Waar. De patiënt zegt: "Mijn tandvlees is een beetje gezwollen."

3. De patiënt heeft pijn aan zijn oor.

Niet waar. De patiënt heeft pijn aan een kies, niet aan zijn oor.

4. Een röntgenfoto doet pijn.

Niet waar. Een röntgenfoto doet geen pijn.

5. De tandarts ziet een gaatje in de kies.

Waar. De tandarts zegt: "Ik zie hier een gaatje in uw kies."

6. De patiënt heeft de hele tijd pijn.

Niet waar. De patiënt heeft niet de hele tijd pijn — de pijn komt soms plotseling.

7. In deel 2 praten ze over de behandeling, de verdoving en de nazorg.

Waar. Dat zegt de patiënt aan het einde van de aflevering.

8. De patiënt kan goed kauwen aan alle kanten.

Niet waar. De patiënt kan niet goed op deze kant kauwen — dat doet pijn.

Oefening 3

Vul de woorden in

Sleep elk woord naar de juiste plek in de zin. Een goed woord wordt groen (✓), een fout woord wordt even rood (✗) en springt terug naar de woordbank.

gaatje kauwen röntgenfoto kies tandvlees gebit tandpijn gezwollen
1. De patiënt heeft veel en wil een afspraak maken.
2. De tandarts kijkt eerst naar het van de patiënt.
3. Er zit een in de kies van de patiënt.
4. Het van de patiënt is een beetje rood.
5. De patiënt kan niet goed aan de rechterkant.
6. Deze is erg gevoelig voor koud en warm.
7. Het tandvlees van de patiënt is en een beetje pijnlijk.
8. De tandarts maakt een om de kies goed te bekijken.
Bekijk alle antwoorden
1. De patiënt heeft veel tandpijn en wil een afspraak maken.
2. De tandarts kijkt eerst naar het gebit van de patiënt.
3. Er zit een gaatje in de kies van de patiënt.
4. Het tandvlees van de patiënt is een beetje rood.
5. De patiënt kan niet goed kauwen aan de rechterkant.
6. Deze kies is erg gevoelig voor koud en warm.
7. Het tandvlees van de patiënt is gezwollen en een beetje pijnlijk.
8. De tandarts maakt een röntgenfoto om de kies goed te bekijken.
Oefening 4

Match woorden en betekenissen

Klik op een Nederlands woord, klik daarna op de juiste betekenis. Een goed paar wordt groen.

Bekijk alle antwoorden
de kies — een grote tand achterin je mond
het tandvlees — het roze weefsel rond je tanden
gevoelig — je voelt snel pijn of ongemak
gezwollen — dikker dan normaal
een gaatje — een klein gat in een tand
een röntgenfoto — een foto van binnen in je lichaam of gebit
kauwen — eten fijnmaken met je tanden
Oefening 5

Zet het gesprek in de juiste volgorde

Sleep elke zin naar het juiste vakje: binnenkomen → klacht → vragen beantwoorden → controle → diagnose → vervolgactie. Goed = groen (✓), fout = even rood (✗) en terug naar de bank.

Ik heb veel tandpijn. Mijn kies doet pijn.
Goedemiddag. Komt u maar binnen.
Ik zie hier een gaatje in uw kies.
Sinds wanneer heeft u pijn?
Doe uw mond maar open.
Sinds gisteren.
Ik wil eerst een röntgenfoto maken.
Waar heeft u last van?
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Bekijk de juiste volgorde en het volledige gesprek
Juiste volgorde: B – H – A – D – F – E – C – G

Tandarts: Goedemiddag. Komt u maar binnen.
Tandarts: Waar heeft u last van?
Patiënt: Ik heb veel tandpijn. Mijn kies doet pijn.
Tandarts: Sinds wanneer heeft u pijn?
Patiënt: Sinds gisteren.
Tandarts: Doe uw mond maar open.
Tandarts: Ik zie hier een gaatje in uw kies.
Tandarts: Ik wil eerst een röntgenfoto maken.
Oefening 6

Wie zegt het?

Let op: in dit gesprek gebruikt de tandarts de beleefde vorm "u" tegen de patiënt. Let daarop bij het bepalen wie een zin zegt.

1. "Komt u maar binnen."

2. "Ik heb veel tandpijn."

3. "Sinds wanneer heeft u pijn?"

4. "Sinds gisteren."

5. "Mijn tandvlees is een beetje gezwollen."

6. "Kunt u nog goed kauwen?"

7. "Ik zie hier een gaatje in uw kies."

8. "Doet een röntgenfoto pijn?"

9. "Een röntgenfoto doet geen pijn."

10. "Dat is fijn."

Oefening 7

Woorden en werkwoorden combineren

Sleep het juiste werkwoord naar elk woord. "Hebben" komt twee keer voor in de bank. Goed = groen (✓), fout = even rood (✗) en terug naar de bank.

controleren hebben poetsen maken hebben voelen openen
tandpijn
een röntgenfoto
de mond
een kies
pijn
een gaatje
de tanden
Bekijk voorbeeldzinnen
1. De patiënt heeft veel tandpijn.
2. De tandarts maakt een röntgenfoto van de kies.
3. De patiënt opent de mond voor de tandarts.
4. De tandarts controleert de kies goed.
5. De patiënt voelt pijn bij het kauwen.
6. De patiënt heeft een gaatje in de kies.
7. Je moet je tanden twee keer per dag poetsen.
Oefening 8

Zet de zinsdelen in de juiste volgorde

Quick grammar note: in a Dutch main clause, the subject usually comes right before the finite verb (the verb stays in 2nd position): De patiënt heeft pijn. If the sentence starts with a time expression instead (e.g. sinds gisteren, vandaag, nu), the subject and the verb swap places: Sinds gisteren heeft de patiënt pijn. With omdat/als, the verb in the subordinate clause moves all the way to the end. Look carefully at which chunk the sentence should start with — in each exercise below, the chunk that comes first is always capitalized, so use that as a clue.

Sleep elk zinsdeel naar het juiste vakje om de zin te bouwen. Goed = groen (✓), fout = even rood (✗) en terug naar de bank.

1.
heeft veel pijn De patiënt
2.
hij kiespijn Sinds gisteren heeft
3.
naar de tandarts de patiënt Vandaag gaat
4.
een röntgenfoto maakt De tandarts
5.
de kies de tandarts Nu controleert
6.
ziet De tandarts een gaatje
7.
gaat naar de tandarts De patiënt omdat hij pijn heeft
8.
hij kauwt doet dat pijn Als
9.
de tandarts een afspraak Morgen maakt
10.
heeft De patiënt geen pijn bij een röntgenfoto
Bekijk alle correcte zinnen
1. De patiënt heeft veel pijn.
2. Sinds gisteren heeft hij kiespijn.
3. Vandaag gaat de patiënt naar de tandarts.
4. De tandarts maakt een röntgenfoto.
5. Nu controleert de tandarts de kies.
6. De tandarts ziet een gaatje.
7. De patiënt gaat naar de tandarts, omdat hij pijn heeft.
8. Als hij kauwt, doet dat pijn.
9. Morgen maakt de tandarts een afspraak.
10. De patiënt heeft geen pijn bij een röntgenfoto.

Alles goed beantwoord?

Een aflevering leert je de woorden — pas een echt gesprek leert je ze ook te gebrúiken. Oefen dit exacte gesprek live, met feedback op je uitspraak en je zinsbouw.

Oefen dit gesprek met Tim →
Introductieprijs: €38/les — normaal €45 (50 min)
🩺 Nederlands voor zorgpersoneel

Waarom dit soort gesprekken oefenen?

Als je in de Nederlandse zorg werkt, voer je dit soort anamnesegesprekken voortdurend — als patiënt, als collega, of als zorgverlener zelf.

🗣️

Echte zorgtaal, geen boekjes-Nederlands

Vragen als "Waar heeft u last van?" en "Sinds wanneer?" hoor je in bijna elk anamnesegesprek — niet alleen bij de tandarts.

🎯

Woordenschat die blijft hangen

Nieuwe woorden leer je in context, en daarna oefen je ze actief — zo onthoud je ze beter tijdens een echt consult.

🕐

Flexibele planning

Lessen passen bij je werkrooster. Gratis verzetten tot 12 uur van tevoren.

💬

Wat deze aflevering niet kan geven

Persoonlijke feedback op jouw uitspraak, directe correctie, echte grammatica-uitleg, en een leerplan dat om jou draait — niet om een script.

💡 Op zoek naar meer Medical Dutch? Bekijk de Medical Dutch oefentoets (B2, voor verpleegkundigen), of doe de gratis niveautest.

Voor wie is dit?

Herken je een van deze situaties?

Dit gesprek is A2-niveau, maar de lessen erachter zijn geschikt voor elk niveau Nederlands voor de zorg.

🩺

Zorgpersoneel dat Nederlands leert

🦷

Tandartsassistenten & mondzorgmedewerkers

🆕

Beginners (A1–A2)

🎧

Mensen die graag luisteroefeningen doen

📈

Wie vastzit in "boekjes-Nederlands"

Nog niet zeker van je niveau? Doe de gratis niveautest, of lees meer over Medical Dutch.

4.9★
gemiddelde beoordeling
380+
studenten begeleid
A0-C1
elk niveau
🎓 Aan de slag

Klaar om te beginnen?

Boek je gratis proefles en oefen precies dit soort gesprekken.

🎁

Gratis proefles

Start met een gratis les van 20 minuten — we bespreken je niveau en je doelen.

Boek gratis proefles →
Introductieprijs: €38/les — normaal €45 (50 min)
📋

Bekijk tarieven

Losse les of lessenkaart — kies wat bij jouw doelen past.

Bekijk tarieven →
✉️

Stel een vraag

Vraag over Medical Dutch of jouw situatie? Stuur een mailtje — meestal reageer ik binnen een paar uur.

Mail Tim →