💱 ¿También pagar en tu propia moneda? Puedes. — ver precios →
🎯 Test de nivel gratuito
¿Cuál es tu nivel de neerlandés?
Realiza el test de nivel gratuito y descubre tu nivel de neerlandés, de A1 a C2. El test se adapta a tu nivel — cuanto más avanzas, más difícil se vuelve. Feedback inmediato en español tras cada pregunta.
ℹ️ Este test ofrece una indicación de tu nivel, no una evaluación oficial del MCER. No se evalúa la expresión oral ni la comprensión auditiva, y responder una pregunta de opción múltiple (reconocer la respuesta correcta) es fundamentalmente más fácil que producir neerlandés activamente por tu cuenta. Para obtener una imagen real de tu nivel, lo mejor es reservar una clase de prueba.
Pregunta 1 de 85
A1Persoonlijke informatie\Pregunta 1 de 85
Hoe heet jij?
A1Werkwoord zijn\Pregunta 2 de 85
Jij ___ student.
A1Getallen\Pregunta 3 de 85
Hoeveel is zeven plus vijf?
A1Familie\Pregunta 4 de 85
De broer van mijn moeder is mijn ...
A1Dagen\Pregunta 5 de 85
Welke dag komt na vrijdag?
A1Voedsel\Pregunta 6 de 85
Wat is iets dat je kunt drinken?
A1Bezittelijk voornaamwoord\Pregunta 7 de 85
___ naam is Sara. (zij)
A1Werkwoord wonen\Pregunta 8 de 85
Welke zin is correct?
A1Vraagwoorden\Pregunta 9 de 85
___ woon je?
A1Je / u\Pregunta 10 de 85
Vul het juiste woord in: ___ naam is meneer De Vries.
A1Weer\Pregunta 11 de 85
Welke zin past bij zonnig weer?
A1Huis\Pregunta 12 de 85
In welke kamer kook je?
A2Kunnen\Pregunta 13 de 85
Hij ___ goed Nederlands spreken.
A2Woordvolgorde + als\Pregunta 14 de 85
Welke zin is correct?
A2Verleden tijd + toen\Pregunta 15 de 85
Welke zin is correct?
A2Perfectum\Pregunta 16 de 85
Welke zin is correct?
A2Lidwoorden\Pregunta 17 de 85
Welk lidwoord hoort bij 'huis'?
A2Indirecte rede\Pregunta 18 de 85
Jan zegt: 'Ik ben moe.' → Jan zegt dat hij moe ___.
A2Modaliteit\Pregunta 19 de 85
Welke zin is correct?
A2Vergelijking\Pregunta 20 de 85
Amsterdam is ___ dan Utrecht.
A2Omdat + woordvolgorde\Pregunta 21 de 85
Welke zin is correct?
A2Gezondheid + woordvolgorde\Pregunta 22 de 85
Welke zin is correct?
A2Separabel werkwoord\Pregunta 23 de 85
Wat is de infinitief van 'ik bel op'?
A2Voegwoord\Pregunta 24 de 85
Welke zin is correct?
A2Perfectum met zijn\Pregunta 25 de 85
Welke zin is correct?
B1Bijzin\Pregunta 26 de 85
Welke zin is correct?
B1Perfectum\Pregunta 27 de 85
Gisteren ___ ik de trein ___ (nemen).
B1Woordvolgorde\Pregunta 28 de 85
Welke zin is correct?
B1Vaste prepositie\Pregunta 29 de 85
Ik wacht ___ de bus.
B1Relatieve bijzin\Pregunta 30 de 85
Welke zin is correct?
B1Passief\Pregunta 31 de 85
Welke zin is passief?
B1Voorwaardelijke wijs\Pregunta 32 de 85
Welke zin is correct?
B1Verbindingswoord\Pregunta 33 de 85
Ik was moe, ___ ik ben toch gaan werken.
B1Verbindingswoord\Pregunta 34 de 85
Het regende hard, ___ bleef ik thuis.
B1Diminutief\Pregunta 35 de 85
Wat is het verkleinwoord van 'haring'?
B1Sterk werkwoord\Pregunta 36 de 85
Wat is de verleden tijd van 'schrijven'?
B1Dubbele infinitief\Pregunta 37 de 85
Welke zin is correct?
B1Er-constructie\Pregunta 38 de 85
Welke zin is correct?
B1Vaste prepositie\Pregunta 39 de 85
Welke zin is correct?
B1Idioom\Pregunta 40 de 85
Wat betekent 'de knoop doorhakken'?
B2Voltooid verleden tijd\Pregunta 41 de 85
Toen ik aankwam, ___ de trein al ___.
B2Complexe passiefconstructie\Pregunta 42 de 85
Het rapport ___ voor het einde van de week ___ moeten worden.
B2Voorwaardelijke wijs verleden\Pregunta 43 de 85
Als ik het ___ had, ___ ik het gezegd hebben.
B2Concessie\Pregunta 44 de 85
___ het slechte weer ging de wandeling toch door.
B2Geavanceerd verbindingswoord\Pregunta 45 de 85
___ hij moe was, bleef hij doorwerken.
B2Voorwaardelijk verleden\Pregunta 46 de 85
Ze zei dat ze het werk ___ zou hebben als ze meer tijd had gehad.
B2Onpersoonlijk passief\Pregunta 47 de 85
Er wordt ___ dat de prijzen volgend jaar stijgen.
B2Relatieve bijzin\Pregunta 48 de 85
De reden ___ hij vertrok, is nooit duidelijk geworden. Welke combinatie is correct?
B2Deelwoordconstructie\Pregunta 49 de 85
___ door het slechte weer werd het evenement uitgesteld.
B2Geavanceerde woordvolgorde\Pregunta 50 de 85
Ik weet niet of ik het op tijd zal kunnen ___.
B2Oorzaak/gevolg\Pregunta 51 de 85
Hij had hard gestudeerd, ___ hij met glans slaagde.
B2Vaste prepositie\Pregunta 52 de 85
De organisatie streeft ___ een betere dienstverlening.
B2Concessief verband\Pregunta 53 de 85
De cijfers zijn verbeterd; ___ blijft de financiële situatie onzeker.
B2Concessief verband\Pregunta 54 de 85
___ de documenten niet volledig waren, werd de aanvraag toch goedgekeurd.
B2Betekenisnuance\Pregunta 55 de 85
Welke zin drukt een voorzichtige conclusie uit?
C1Vaste prepositie\Pregunta 56 de 85
Ik ben erg benieuwd ___ de uitslag.
C1Vaste prepositie\Pregunta 57 de 85
De commissie is verantwoordelijk ___ de uitvoering van het beleid.
C1Vaste prepositie\Pregunta 58 de 85
Het succes hangt grotendeels ___ de financiering af.
C1Tegenstelling\Pregunta 59 de 85
De maatregel heeft duidelijke voordelen voor werknemers; ___ kan de uitvoering voor werkgevers extra kosten met zich meebrengen.
C1Concessie\Pregunta 60 de 85
De maatregel is kostbaar; ___ kan zij op lange termijn rendabel blijken.
C1Formele er-constructie\Pregunta 61 de 85
___ wordt vaak gedacht dat de regels te streng zijn.
C1Geavanceerde constructie\Pregunta 62 de 85
De onderzoekers konden niet voorkomen dat de gegevens voortijdig ___.
C1Relatieve bijzin\Pregunta 63 de 85
Het bedrijf, ___ producten wereldwijd bekend zijn, breidt uit naar Azië.
C1Vaste prepositie\Pregunta 64 de 85
De directie heeft uiteindelijk ___ het nieuwe voorstel ingestemd.
C1Vaste prepositie\Pregunta 65 de 85
De resultaten zijn afhankelijk ___ de gekozen methode.
C1Concessie\Pregunta 66 de 85
___ de bezwaren blijft de voorgestelde aanpak voorlopig gehandhaafd.
C1Vaste prepositie\Pregunta 67 de 85
Welke zin is correct?
C1Formeel verbindingswoord\Pregunta 68 de 85
De gegevens zijn niet volledig betrouwbaar. ___ kunnen ze als eerste indicatie worden gebruikt.
C1Vaste verbinding\Pregunta 69 de 85
Welke zin is correct?
C1Idiomatische betekenis\Pregunta 70 de 85
Wat betekent 'de plank misslaan'?
C2Vaste prepositie\Pregunta 71 de 85
De uitkomst staat niet los ___ de eerdere beleidskeuzes.
C2Vaste prepositie\Pregunta 72 de 85
De discussie spitst zich toe ___ de vraag of de maatregel uitvoerbaar is.
C2Tegenstelling\Pregunta 73 de 85
De voorgestelde hervorming heeft duidelijke voordelen. ___ brengt zij aanzienlijke uitvoeringsrisico's met zich mee.
C2Gevolg\Pregunta 74 de 85
De gegevens zijn beperkt beschikbaar, ___ een definitieve conclusie vooralsnog niet kan worden getrokken.
C2Concessie\Pregunta 75 de 85
De maatregel lijkt op korte termijn effectief, ___ de structurele problemen niet worden opgelost.
C2Vaste prepositie\Pregunta 76 de 85
De conclusies zijn moeilijk te rijmen ___ de beschikbare empirische gegevens.
C2C2-verbindingswoord\Pregunta 77 de 85
De beschikbare gegevens zijn onvoldoende om een definitieve conclusie te trekken; ___ is nader onderzoek noodzakelijk.
C2Impliciete betekenis\Pregunta 78 de 85
Wat wordt bedoeld met: 'Daar valt natuurlijk het nodige op af te dingen'?
C2Spreekwoord\Pregunta 79 de 85
Wat betekent 'de kogel is door de kerk'?
C2Gezegde\Pregunta 80 de 85
Wat betekent 'iets met de mantel der liefde bedekken'?
C2Zegswijze\Pregunta 81 de 85
Wat betekent 'het achterste van je tong laten zien'?
C2Idioom\Pregunta 82 de 85
Wat betekent 'iets voor lief nemen'?
C2Ironie\Pregunta 83 de 85
Welke reactie is het duidelijkst ironisch na een mislukt project?
C2Gezegde\Pregunta 84 de 85
Wat betekent 'de hand in eigen boezem steken'?
C2C2-verbindingswoord\Pregunta 85 de 85
De maatregel levert op korte termijn financiële voordelen op; ___ blijft de vraag of zij op lange termijn uitvoerbaar is.
Tu resultado
A2
ℹ️ Este resultado es una indicación. Para obtener una imagen real de tu nivel, es necesario reservar una clase con un docente real — reserva una clase de prueba. La clase de prueba (20 minutos) es gratis; una clase normal (50 min) cuesta normalmente desde €38.
A1 — Principiante
Conoces lo básico del neerlandés. Entiendes palabras simples y frases cortas. El siguiente paso es construir una base sólida de vocabulario y gramática.
Puedes manejar situaciones cotidianas en neerlandés. Entiendes temas conocidos y puedes mantener conversaciones sencillas. Con clases específicas puedes avanzar hasta el B1.
Puedes comunicarte en la mayoría de situaciones cotidianas. Entiendes los puntos principales del neerlandés estándar. El B1 es el nivel requerido para el examen de integración cívica.
Tienes un buen dominio del neerlandés. Puedes entender textos complejos y expresarte con fluidez. El B2 abre puertas a entornos académicos y profesionales en los Países Bajos.
¡Excelente! Usas el neerlandés con fluidez y espontaneidad. Entiendes prácticamente todo lo que lees y escuchas. El C1 es el nivel del examen CNaVT EDUP.
¡Impresionante! Dominas el neerlandés a un nivel casi nativo — incluyendo modismos, matices y registro. Las clases personales te ayudan a perfeccionar y mantener este nivel.