De 50 belangrijkste onregelmatige werkwoorden op een rij, plus 4 interactieve oefeningen: OVT (verleden tijd) en VTT (voltooide tijd), elk op twee niveaus.
Wil je Nederlands oefenen met een docent?
Boek een gratis proefles →Bij regelmatige werkwoorden verandert de stam van het werkwoord niet op een bijzondere manier. Je gebruikt vaste regels om de verleden tijd en het voltooid deelwoord te maken.
Om de verleden tijd van een regelmatig werkwoord te maken, kijk je naar de laatste letter van de stam.
Je kunt hiervoor 't kofschip-X gebruiken. De letters zijn:
t – k – f – s – ch – p – x
Staat de laatste letter van de stam in 't kofschip-X? Dan gebruik je -te(n) in de verleden tijd.
Staat de laatste letter niet in 't kofschip-X? Dan gebruik je -de(n).
werken → werk
De stam eindigt op k. De k staat in 't kofschip-X.
→ ik werkte
→ wij werkten
maken → maak
De stam eindigt op k.
→ ik maakte
→ wij maakten
reizen → reiz
De stam eindigt op z. De z staat niet in 't kofschip-X.
→ ik reisde
→ wij reisden
bellen → bel
De stam eindigt op l. De l staat niet in 't kofschip-X.
→ ik belde
→ wij belden
Ook voor het voltooid deelwoord kun je 't kofschip-X gebruiken.
Staat de laatste letter van de stam in 't kofschip-X? Dan eindigt het voltooid deelwoord op -t.
Staat de laatste letter er niet in? Dan eindigt het op -d.
werken → gewerkt
De stam eindigt op k → -t
maken → gemaakt
De stam eindigt op k → -t
bellen → gebeld
De stam eindigt op l → -d
reizen → gereisd
De stam eindigt op z → -d
⚠️ Let op! Bij werkwoorden waarvan de stam eindigt op v of z, moet je goed naar het oorspronkelijke werkwoord kijken. Bijvoorbeeld: reizen → reiz → gereisd — hoewel de stam reiz eindigt op z, staat de z niet in 't kofschip-X. Daarom schrijf je gereisd met een d. Ook leven → lev → geleefd: de v staat niet in 't kofschip-X, dus schrijf je geleefd met een d.
't kofschip-X → -te(n) en -t | Niet in 't kofschip-X → -de(n) en -d
Onthoud: kijk bij regelmatige werkwoorden naar de laatste letter van de stam en gebruik daarna 't kofschip-X om te bepalen of je -t of -d gebruikt.
Deze werkwoorden volgen niet de gewone -te/-de-regel in de OVT, en ook niet de gewone t/d-uitgang in de VTT. Leer ze goed uit je hoofd — ze komen overal terug, ook in de VTT hieronder.
Beide vormen beschrijven iets uit het verleden, maar met een ander doel.
Gebruik de OVT voor gewoontes of routines in het verleden, of voor iets dat op een bepaald moment bezig was.
Ik werkte beschrijft zowel een gewoonte als een bezig-zijn (vergelijk: ik was aan het werken).
Ook handig als achtergrond of context bij een langer verhaal — de OVT houdt het verhaal "aan de gang".
Gebruik de VTT voor a) iets dat je in het verleden hebt gedaan, of iets dat is gebeurd — met de nadruk op het resultaat, niet op het verloop.
Ik heb gewerkt zegt: het is klaar, het resultaat telt.
b) voor iets dat je net hebt gedaan — Ik heb net gegeten.
c) voor iets dat je nooit hebt gedaan, of nog niet hebt gedaan — Ik heb nog nooit sushi gegeten.
Bij de voltooide tijd (VTT) heb je altijd een hulpwerkwoord nodig: zijn of hebben. Welke van de twee je gebruikt, hangt af van het hoofdwerkwoord.
Gebruik zijn bij werkwoorden die een verplaatsing (met een duidelijk begin- of eindpunt) of een verandering van toestand beschrijven.
Bijvoorbeeld: gaan, komen, vertrekken, beginnen, worden, vallen, blijven
Gebruik hebben bij de meeste overige werkwoorden — vooral werkwoorden die geen verplaatsing of toestandsverandering beschrijven.
Bijvoorbeeld: kopen, geven, zien, schrijven, eten, helpen
💡 Let op de uitzondering: werkwoorden als lopen, rijden, zwemmen en trekken kunnen allebei. Is er een duidelijke richting of bestemming (ergens naartoe)? Dan gebruik je zijn — "Ik ben naar het park gelopen." Beschrijf je alleen de activiteit zelf, zonder bestemming? Dan gebruik je hebben — "Ik heb een uur gelopen."
Kies de juiste OVT-vorm. Let goed op de context van de zin.
🔗 Extra oefenen? Bekijk mijn gratis Quizlet-flashcards voor de OVT.
Kies de juiste OVT-vorm. Let goed op de context van de zin.
Kies het juiste hulpwerkwoord + voltooid deelwoord samen.
🔗 Extra oefenen? Bekijk mijn gratis Quizlet-flashcards voor de VTT.
Kies het juiste hulpwerkwoord + voltooid deelwoord samen.
📚 Meer grammatica oefenen?
Oefenen is een goed begin. Met persoonlijke lessen ga je sneller vooruit.
Maak kennis met Tim in een gratis les van 20 minuten — vrijblijvend.
Boek een gratis proefles →Particulier, kinderen of bedrijf — bekijk welk pakket bij jou past.
Bekijk tarieven →